Een delier is een raar iets

Een delier is een raar iets. Mijn vader ging in één nacht tijd van “af en toe wat vergeetachtig” naar “totaal van het padje af”.

Dit was te verklaren: zijn lever deed het niet meer en kon nog maar slecht gifstoffen afvoeren. Die gifstoffen gingen zich vervolgens elders in het lichaam opstapelen, waaronder in zijn hersenen.
In het begin merkte je dat nog niet zo, althans niet in zijn spraak. Hij was op sterven na dood en kon moeilijk praten, meestal gaf hij het na twee woorden al op. Maar toen de behandeling aansloeg en hij weer hele zinnen kon maken, werd de ernst van het delier ons duidelijk: zijn gedachtewereld was in een totale chaos verzand.

Zo belde mijn vader mij of mijn moeder geregeld vanuit het ziekenhuis op om iets te vragen, het liefst rond half 6 ‘s ochtends. Het probleem was dat we vaak geen direct antwoord hadden op zijn vragen. Voornamelijk omdat we geen idéé hadden waar hij het over had. Maar “ik begrijp niet zo goed wat je bedoelt” kwam niet voor in mijn vaders vocabulaire: dan werd hij ontzettend chagrijnig (dat hoorde ook bij het delier) en vond hij ons maar dom. In die periode leerde ik al gauw: al is de leugen nog zo snel, het delier verontschuldigt me wel.

Dus ging ik maar mee in zijn hallucinaties. We zaten een keer te praten toen hij zei: “Vind je dat nou niet raar, dat ze hier allemaal augurken aan de muren hebben hangen?” Ik keek om me heen en zei: “Verrek, dat was me nog helemaal niet opgevallen, maar nu je het zegt, wat gek!”
Of die keer dat hij ’s nachts niet had kunnen slapen omdat er de hele tijd spelende kinderen voor zijn deur stonden. “Hè wat irritant voor je pap. Ik zal zo aan de zuster vragen of ze die kinderen zegt ergens anders te gaan spelen.” ’s Avonds was het moeilijkst. Hij belde steevast een uur of twee nadat we op bezoek waren geweest. Dan voelde hij zich alleen en verward, en moest soms een beetje huilen aan de telefoon. Het is zo verdrietig om je vader stilletjes te horen huilen, terwijl je hem moed inspreekt die hij niet eens helemaal snapt.

Toch waren er ook momenten waar ik nu nog om moet glimlachen. Toen hij met bungelende benen op bed zat, nadat een verpleegster hem erop had getild, en zij aan hem vroeg: “Zal ik uw benen ook even meenemen, meneer?”, antwoordde mijn vader droogjes, “Nou, als u het niet erg vindt, hou ik ze liever zelf.”

 

maaike-1

Maaike

7 november 2017

Deel dit artikel:

Contactgegevens

Van Boetzelaerlaan 24 J
3828 NS HOOGLAND
Tel: 085 - 27 34 988
E-mail: ofni.[antispam].@leverpatientenvereniging.nl
KvK: 40535249
Bank: NL 44 INGB 0000 361 038

Volg ons op