Vermoeidheid en reïntegratie

Afdrukken
Vanuit de werkgroep Vermoeidheid en Energie krijg ik soms vragen en verhalen van mensen die net gediagnosticeerd zijn en weer aan het werk willen. Vaak zijn ze dan al een tijdje ziek thuis en beginnen ze weer langzaam te werken. Over vermoeidheid en integratie.

Door Cindy van Woudenberg, Werkgroep Vermoeidheid & Energie

Vanuit de werkgroep Vermoeidheid en Energie krijg ik soms vragen en verhalen van mensen die net gediagnosticeerd zijn en weer aan het werk willen. Vaak zijn ze dan al een tijdje ziek thuis en beginnen ze weer langzaam te werken. Over vermoeidheid en integratie.Zo heb ik zelf ook wat ervaringen in het reïntegratieproces die ik met jullie wil delen.

Even kort over mezelf en het proces dat ik doorlopen heb:
In 1997 werd ik ziek , ik werd gediagnosticeerd met de ziekte van Crohn en wat later kwam daar PSC bij. In eerste instantie dacht ik in 1998 na een half jaar thuis te zijn geweest, vrij gemakkelijk weer te kunnen starten met mijn oude werk.

Arbeidstherapeutisch werken
Ik begon met arbeidstherapeutisch werken, dwz; je zit officieel nog in de ziektewet , maar je bent al wel aanwezig op je werk en begint langzaam met het opbouwen van je taken.
Na een tijd stortte ik in en moest ik me weer ziek melden. Hierna heb ik nog twee keer geprobeerd om terug te keren naar mijn werk. Helaas leidde het ondanks mijn inspanningen toch tot een volledige afkeuring in 2000.
Nu moet ik zeggen dat terugkijkend op deze hele periode , ik een goede begeleiding kreeg van mijn arbo-arts, de WAO-keuring, en ook op mijn werk wilden ze van alles doen om mijn terugkeer, in welke vorm dan ook, te versoepelen. Ik realiseer me dat dit zeker niet bij iedereen het geval is. Ik wilde na mijn diagnose eigenlijk het liefste zo snel mogelijk naar het werk. "Gewoon" weer mijn normale leven oppakken, en misschien ook wel vanuit een motief om net te doen alsof er niets aan de hand is.
Mijn arbo-arts heeft me hierin afgeremd, eerst met een smoesje over de afbouw van medicijnen en later met een hele langzame opbouw van mijn uren. Toentertijd vond ik dat heel vervelend, ik wilde het liefst gewoon weer aan de slag. Achteraf moet ik hem toch gelijk geven en was het een hele slimme zet van hem.
Doordat ik pas 2 maanden na de diagnose mocht beginnen met 4 uur in de week aanwezig zijn, heeft hij me de tijdgegeven om de eerste schok van de diagnose te verwerken.
Tijd die ik achteraf hard nodig had!
Dus : Gun jezelf de tijd om van de eerste schok te bekomen. Werken en alles wat daarmee samenhangt (bijv het contact met je collega's) en dan ook nog aan de diagnose wennen is wel heel erg veel om tegelijkertijd te doen.

Reïntegratiefase
Toen kwam de reintegratiefase. Nu had ik in de tijd dat ik ziek was al zo om de 6 a 8 weken contact met mijn arbo-arts over hoe het met me ging , welke onderzoeken enz. enz. In de reïntegratiefase werden deze contacten, ook weer om de 6 a 8 weken gebruikt om ieder keer mijn terugkeer naar mijn werk te evalueren en de knelpunten die ik ervoer.
Het contact met je arbo-arts is dus van wezenlijk belang om het opnieuw oppakken van werkzaamheden te doen slagen. Hij of zij heeft als taak om jouw terugkeer te versoepelen en eventuele aanpassingen met je baas te bespreken, mocht je dat zelf niet kunnen of willen. Een arbo-arts is dus ook echt iemand anders dan een personeelsfunctionaris die geen medische achtergrond heeft, niet weet welke medische en psychische gevolgen je ziekte hebben , en die ook niet je werkgever onder druk kan zetten.
Het is in mijn ogen daarom ook goed als je zo minimaal om de 6 á 8 weken contact met hem/haar hebt en dat je bij belangrijke dingen contact met hem kan opnemen.
Mijn reintegratieproces verliep heel erg langzaam, zeer frustrerend vond ik dat. Ik dacht bij mezelf : Ik heb PSC, maar kan gewoon weer volledig terug naar mijn oude werk.
Ik begon met 4 uur in de week aanwezig zijn (voor spek en bonen meelopen) en na 3 weken mocht ik als dat goed ging er weer 4 uur bij pakken. Dus om de 3 weken mocht ik 4 uur meer gaan werken. Langzaam aan pakte ik wat kleinere taken op, zodat ik ook wat te doen had. In het begin viel het me tegen. Het viel niet mee om na een na een ruim half jaar ziek te zijn, mijn collega's weer onder ogen te komen. Ik moest hier toch echt wel een drempel overwinnen.
Ook hun belangstellende vragen (van de een wel en van de ander weer helemaal niets) ervoer ik als confronterend. Ik vond het best moeilijk om te vertellen wat ik nu " had" en af en toe besprongen de emoties me onverwacht. Ook dit hoort bij reïntegratie.
Die langzame opbouw, zo om de drie weken had ook nog een ander doel:
Iedere week is nl. weer even net wat anders, zo kan de ene week makkelijker verlopen dan de andere week met hetzelfde aantal uren. In drie weken kon ik zo een meer betrouwbaar beeld krijgen van wat ik nu werkelijk aankon.

Vermoeidheid
Al snel werd ik met de vraag geconfronteerd: Wanneer is moe nou te moe?
Mijn man kwam ook wel moe thuis, maar wanneer was mijn moeheid nou teveel omdat ik die dag teveel had gewerkt.
De arbo-arts gaf mij hier een heel helder antwoord op. Als ik 2 uur na thuiskomst nog te moe was om de dingen ( hobby's) te doen die ik vroeger s'avonds normaal ook zou doen, dan had ik die dag dus teveel gedaan.
Voor mij was en is kleding maken een hobby van me. Dus pakte ik dat steeds als een evaluatiepunt. Ben ik nu te moe om kleding te maken, ja of nee? Nu raad ik iedereen wel aan om een realistische hobby te pakken als evaluatiepunt, en niet bv het trainen voor het lopen van de marathon of intensief fitnessen. Toch riep dit bij mij ook wel schuldgevoelens op. Een heel gek idee vond ik het, wel te moe om te werken maar niet te moe voor haar hobby's.
Mijn arbo-arts begreep die schuldgevoelens wel, maar vond dat ik toch moest proberen een paar hobby's vast te houden.

Balans
Je hebt namelijk naast je werk ook je privé-leven en deze moeten met elkaar in balans zijn. Je werk moet je niet dusdanig opslokken dat je privé-leven eronder lijdt ( dan hol je naar een burn-out) en houd je het werk op de lange duur niet vol.
Dat privé-leven werd in mijn reïntegratie op een praktische manier meegenomen. Ook iets wat ik niet verwacht had..
Ik werkte op 50 minuten (enkele reis) rijden van mijn werk. Nu merkte ik na een tijd dat dit me teveel werd met een achturige werkdag. Maar met 7 uur werken ging het wel. Dus werd vanaf die tijd mijn werkdag 7 uur ipv 8 uur.
De werkdag op maandag was ook zwaar voor me. Meestal was ik dan nog uitgeput van de normale sociale activiteiten die we dat weekend gedaan hadden. Gewoon op familiebezoek of op bezoek bij vrienden, niets wilds of geks.
Dus maandag werd geschrapt en mijn werkweek begon op dinsdag.
Uiteindelijk kwam ik de eerste keer uit op 3 dagen van 7 uur, maar niet alle 3 dagen meteen achter elkaar, maar met een rustdag na twee dagen werken.

Dit zijn de keuzes die ik toen gemaakt hebt, er zijn natuurlijk allerlei varianten te bedenken, en ik raad iedereen dan ook aan om die varianten tijdens het therapeutisch werken uit te proberen, om te kijken wat voor jou het beste werkt, daar is het tenslotte voor.

Langetermijndenken
Nu heb je met een reintegratieproces te maken met twee termijnen. Terwijl je bezig bent houd je een evaluatie van de dag bij, of van de week. Dit noem ik de korte termijn, een dag, een week of een paar weken. Maar je hebt ook nog een lange termijn: nl. die van een paar maanden ,een jaar of een paar jaar.
De reïntegratie is er natuurlijk op gericht om jou weer aan het werk te krijgen, niet voor een paar maanden maar voor een paar jaar minstens op hetzelfde niveau.
Nu is een jaar wel heel moeilijk om in te kunnen schatten of je dit werk een jaar lang vol kunt houden.
Toch probeerde ik bij de tweede poging juist die vraag te beantwoorden. Kan ik dit aantal uren een jaar lang volhouden?
In de eerste poging heb ik me hier niet mee bezig gehouden, met als gevolg dat ik na een half jaar instortte en na weer een tijd ziek thuis geweest te zijn, weer helemaal opnieuw met het opbouwen van mijn uren moest beginnen.
Mijn valkuil was dat ik wel kon inschatten dat ik het 3 of 4 weken kon volhouden (in de ideale situatie) maar over een langere termijn gebeuren er meer dingen, op je werk of in je privé-leven, en ook dan moet je het vol kunnen houden.
Voor mij betekende dat, dat ik een extra reserve inbouwde, want als ik alleen maar afging op wat ik aankon in een goede periode, dan zou ik bij ieder kleine tegenslag al meteen op mijn tenen moeten lopen om het vol te houden, of moest ik me meteen ziek melden. En ziek melden, dat deed ik alleen als ik echt niet anders kon!
De arbo-arts zei toen ook dat het weer instorten van mensen die toch teveel werkten, iets was wat hij regelmatig zag. Dus hiermee had hij een belangrijke tip voor me: dat ik in mijn goede periode voor mijn gevoel net iets te weinig moest werken , want zo kon ik in een mindere periode gewoon door blijven werken.

Zo kreeg ik continuïteit in mijn werk, iets wat zowel voor mij, als voor mijn baas goed was.

Afscheid
Uiteindelijk heb ik tijdens de derde keer opnieuw reïntegreren voor mij de moeilijke beslissing genomen dat ook drie keer vier uur werken voor mij niet mogelijk was.
Ik heb het geluk gehad dat ik deze beslissing zelf heb kunnen nemen en dat mijn werkgever zelfs een beetje verbouwereerd was en het erg jammer vond dat ik ook dit niet kon.
Op een goede en positieve manier heb ik afscheid genomen van mijn collega's. Iets wat veelal onderschat wordt, het belang van een afscheid.
Door het afscheid heb ik op een bewuste manier een periode in mijn leven waarin werken een hoofdrol had los kunnen laten.
Vervolgens ben ik begonnen aan een nieuwe, uitdagende periode in mijn leven waarin werken geen rol meer speelt, maar waarin ik andere vormen zoek om mezelf te ontwikkelen en uit te dagen.
Nu is het bij mij uitgelopen op een 100% arbeidsongeschiktheid. Ik hoop dat ik hiermee niet veel mensen afschrik. Want ik hoor ook veel verhalen van mensen die al jaren gediagnosticeerd zijn en al jaren gewoon volledig werken.
Vermoeidheid kan bij de ene patiënt meteen na de diagnose een rol spelen, bij de ander speelt dit pas na vele jaren een rol, waardoor ze bijv. een dag per week moeten minderen.
In dit artikel heb ik het veel over het aantal uren dat ik werk. Bij mij speelden er geen andere lichamelijke beperkingen mee. Ik kon gewoon lopen, zitten, bukken, tillen enz als anderen. Alleen met het grote verschil dat ik het niet zolang volhield als anderen. Bij de WAO-keuring werd dan ook gezegd dat het ging om een energetisch probleem (energieprobleem). Voor mij betekende dit dat ik niet in aanmerking kwam voor ander aangepast werk, aangezien mijn werk geen zware lichamelijke belasting van mij vroeg. Wanneer iemand wel werk heeft dat lichamelijk zwaar is, dan heeft dat natuurlijk wel invloed op je reïntegratie en op het aanvaarden van eventueel ander aangepast werk.

Nu ben ik me ervan bewust dat de hele WAO op z'n kop gezet wordt. Regels en wetten veranderen en de media is hier ook niet altijd even duidelijk in.

Wil je meer weten over je rechten en plichten in een reintegratieproces of over de WAO-regeling dan kun je de "Helpdesk gezondheid, werk en verzekeringen" bellen.
Telefoonnummer: 020-4800300 op werkdagen van 12.00 tot 20.00 uur.

Hebben mensen nog persoonlijke vragen over vermoeidheid en alles wat daarmee samenhangt, dan kunt u me bellen. Mijn telefoonnummer staat achterin de NLVvisie vermeld.

Zijn er mensen die graag mee willen werken in de werkgroep Vermoeidheid & Energie dan horen we het ook graag! Van harte welkom.