Ascites

Afdrukken

Wat is ascites?
Onder ascites verstaan we vochtophoping in de vrije buikholte, dus tussen de ingewanden.
Het vocht kan door diverse oorzaken in de buikholte worden afgescheiden.

Oorzaken
Ascites ontstaat vaak als gevolg van levercirrose.
Door cirrose is de bloedsomloop in de lever verstoord, waardoor het bloed steeds moeilijker door de lever weg kan stromen. Hierdoor hoopt zich bloed op in de aanvoerende poortader en wordt de druk te hoog. Er ontstaat dan stuwing.
Verder is bij levercirrose de albumineproductie in de lever vaak verlaagd. Albumine is een eiwit dat vocht kan vasthouden in de bloedbaan. Door een laag albuminegehalte treedt gemakkelijker vocht uit de bloedbaan.      De combinatie van stuwing en van lage albumine zorgen voor het ontstaan van ascites.
Een andere oorzaak van ascites kan een buikvliesontsteking zijn door bij voorbeeld tuberculose. Ook kwaadaardige uitzaaiingen in de buikholte kunnen ascites geven.

Hoe is ascites vast te stellen?
Ascites kan worden vastgesteld wanneer er één tot anderhalve liter vocht in de buikholte aanwezig is. Voordat ascites duidelijk aantoonbaar wordt, kan de patiënt al klachten hebben over een gevoel van spanning in de buik. Geringe hoeveelheden ascites kunnen met een echo worden aangetoond.
Met een kleine prik onderin de buik (punctie) kan meestal gemakkelijk wat vocht worden
opgezogen. Door onderzoek van het ascitesvocht in combinatie met bloedonderzoek kan vastgesteld worden waardoor de ascites is ontstaan. Het ascitesvocht bij leverziekten is citroengelig, helder en eiwitarm.
Wanneer het ascitesvocht troebel is kan er sprake zijn van een infectie.

Mogelijke verschijnselen
Mogelijk verschijnselen zijn een gespannen gevoel in de buik en het opzetten van de buik. Door oedeemvorming rond de maag kan er sprake zijn van een slechte eetlust. Tevens kan er sprake zijn van obstipatie door een teveel aan vocht rond de darmen.

Waaruit bestaat de behandeling?
Omdat er bij ascites teveel zout en water wordt vastgehouden, bestaat de behandeling in alle gevallen uit een zoutbeperkt dieet en een vochtbeperking. Dit wordt gecombineerd met diuretica (plastabletten). De gebruikelijke combinatie is spironolacton (50 tot 400 mg dd) en furosemide (20 tot 160 mg dd). Deze medicatie bevordert zowel de zout- als de wateruitscheiding. Bij het gebruik van deze middelen moeten het zout- en kaliumgehalte en de nierfunctie goed in de gaten worden gehouden.
Hoewel voor de lange termijn een behandeling met dieet en diuretica de voorkeur heeft is het ook mogelijk om regelmatig een ascitesdrainage te verrichten, waarbij per keer forse hoeveelheden ascitesvocht weg kunnen lopen (meerdere liters). Het eiwitverlies wat dit met zich meebrengt wordt dan altijd aangevuld met een albumine-infuus.

Complicaties
Een belangrijke complicatie is een infectie van het ascitesvocht door bacteriën, die meestal afkomstig zijn uit de darm. Verschijnselen zijn een plotselinge toename van ascitesvocht, eventueel buikpijn en koorts. Dit laatste is overigens niet altijd aanwezig.
We noemen dit een spontane bacteriële peritonitis (SBP). Behandeling met antibiotica moet zo snel mogelijk gestart worden.
Bij patiënten met een levercirrose is er soms sprake van een grote hoeveelheid ascites die niet meer reageert op behandeling met diuretica of waarbij bij voorbeeld de nierfunctie deze behandeling niet verdraagt. Dan kan soms het plaatsen van TIPS* de situatie verbeteren. De uiteindelijke oplossing in deze situatie is, indien mogelijk, een levertransplantatie.      

* Tips: methode om een omleiding in het bloedvatenstelsel in of rond de lever aan te brengen