NASH (Niet Alcoholische Steatose Hepatitis)
|
|
|
Wanneer de steatose (leververvetting) gepaard gaat met ontstekingsverschijnselen, dan is er sprake van NASH. De ontsteking leidt tot beschadiging van de lever en het ontstaan van bindweefselschotjes in de lever (fibrose). Uiteindelijk kan het proces leiden tot cirrose.
Slechts een deel van de mensen met een leververvetting krijgt een NASH. Waarschijnlijk spelen erfelijke factoren hierbij een rol. Maar ook wordt gedacht aan andere factoren, zoals b.v. een veranderde darmflora (veranderde soorten bacteriën in de darm) waardoor er ontstekingsstoffen in de lever terecht kunnen komen.
Op deze pagina:
Diagnose van NASH Behandeling van NASH
Diagnose van NASH De ontstekingsreactie in de lever kan tot uiting komen door afwijkingen bij bloedonderzoek. De transaminasen zijn meestal hoger dan 2x normaal. Soms bestaan er verschijnselen zoals moeheid, malaise, buikpijn en een wat opgezette lever. Een leverbiopt kan nodig zijn om vooral de ernst van de fibrose te beoordelen. Als er behandelingen met medicijnen mogelijk worden, zal er, om het effect van deze medicijnen goed te kunnen beoordelen, wat vaker een leverbiopt nodig zijn. Andere leveraandoeningen moeten natuurlijk worden uitgesloten en ook daarvoor is soms een leverbiopt nodig. Van alle patiënten met een levercirrose waarvan we de oorzaak niet weten (de zogenaamde cryptogene levercirrose) wordt waarschijnlijk 15% veroorzaakt door een NASH. Wanneer er eenmaal een cirrose is, wordt vaak geen vet meer in de lever gevonden. Behandeling van NASH Ook hier geldt dat gezonde voeding en lichaamsbeweging belangrijke pijlers zijn van de behandeling. Onderzocht wordt het effect van medicijnen die vooral de insuline resistentie aanpakken. Veel belovend zijn de zgn. PPARy agonisten waarvan het Pioglitazone een voorbeeld is. Andere mogelijk gunstige medicijnen zijn: ursodeoxycholzuur, vit. E betanaïne, sylimarin etc. Meer onderzoek is nodig om het werkelijke nut van deze medicijnen aan te tonen.
In het geval van ernstige cirrose kan een levertransplantatie plaatsvinden. Het lijkt erop dat de steatose wel terugkeert in de getransplanteerde lever. Dit houdt mogelijk ook deels verband met de medicatie die gebruikt wordt tegen afstoting.
|