|
In de lever kunnen verschillende soorten tumoren voorkomen. Deze kunnen worden aangetoond met behulp van beeldvormend onderzoek. Hiermee bedoelen we echografie, computertomografie (CT-scan), magnetic resonance imaging (MRI-scan) en PET/CT-scan. Om de aard van de afwijking te bepalen kan soms een punctie van deze afwijking noodzakelijk zijn, maar bij verdenking op een kwaadaardigheid is dit vaak niet wenselijk in verband met de kans op verspreiding van de tumorcellen.
Goedaardige tumoren Goedaardige tumoren kunnen we onderverdelen in een aantal hoofdgroepen: haemangiomen (bloedvatgezwellen), focale nodulaire hyperplasie (FNH, tumoren van levercellen en galwegen) en adenomen (tumoren uitgaande van de levercellen). Bovendien kunnen er in de lever holtes ontstaan gevuld met vocht. Dergelijke afwijkingen worden aangeduid als cysten en kunnen eenvoudig worden aangetoond met echografisch onderzoek.
Haemangiomen Haemangiomen zijn de meest voorkomende goedaardige levertumoren en komen ongeveer bij 1-4 op de 100 mensen voor. Verder komen ze vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en wordt de afwijking meestal bij toeval gevonden. Bij voorbeeld wanneer er een echo van de buik wordt gemaakt bij analyse van andere klachten. Hoe een haemangioom precies ontstaat, is vooralsnog onduidelijk. Wel weten we door wetenschappelijke studies, waarin patiënten met een haemangioom gedurende lange tijd gevolgd zijn, dat kleine tumoren stabiel blijven en in de loop van de tijd geen klachten veroorzaken. Een kleine groep van patiënten met een groot haemangioom kan klachten krijgen van pijn, druk of massa gevoel in de bovenbuik. Een haemangioom hoeft in principe niet behandeld te worden, tenzij de klachten ernstig zijn.
Focale Nodulaire Hyperplasie (FNH) Een FNH komt minder vaak voor dan een haemangioom en 8 tot 12 keer vaker bij vrouwen dan bij mannen. Ook een FNH wordt meestal bij toeval gevonden. Ze blijven stabiel in grootte en geven soms klachten als de afwijking groot is. Een FNH is strikt goedaardig en het gebruik van anti-conceptiva (‘de pil’) of hormonen heeft geen invloed op deze afwijking. Hoe een FNH ontstaat is grotendeels onduidelijk, maar waarschijnlijk ontstaat het als reactie op beschadiging van bloedvaten en levercellen, waarop de lever reageert met een veranderd genezingsproces. Bij onderzoek kenmerkt een FNH zich door een centraal litteken (central scar). Dit beeld is echter bij onderzoek niet altijd even duidelijk. Bij twijfel wordt een leverbiopt genomen. Een FNH hoeft niet behandeld of gecontroleerd te worden, tenzij dit door de (pijn)klachten wenselijk is.
Leveradenomen Een leveradenoom is zeldzaam en komt over het algemeen bij vrouwen voor. Hoe een leverceladenoom precies ontstaat is vooralsnog onduidelijk, maar een sterke relatie met hormoongebruik is wel aangetoond. Bij vrouwen die de pil niet gebruiken wordt jaarlijks bij 1 op de miljoen een leverceladenoom gevonden. Bij vrouwen die de pil voor langere tijd gebruikt hebben neemt dit risico met 30 tot 40 keer toe. Mensen die anabole steroïden gebruiken, hebben ook een verhoogde kans op het ontwikkelen van een leveradenoom. Daarnaast is er ook een verhoogde kans bij patiënten met de zeer zeldzame aangeboren glycogeen stapelingsziekte. Dit is een aandoening waarbij opgeslagen suikers in het lichaam niet goed afgebroken kunnen worden. Een leveradenoom geeft kans op bloeding en dit risico neemt toe naarmate de tumor groter is. Tevens kan de tumor in de loop van de tijd kwaadaardige veranderingen ondergaan. In verband met de kans op bloedingen is het advies in Nederland dan ook om alle adenomen groter dan 5 cm te verwijderen. Dit kan met een operatie, maar tegenwoordig worden ook andere technieken toegepast als RFA (verhitting door radiofrequenties, waardoor tumorcellen afsterven) en embolisatie (het afsluiten van de bloedtoevoer naar de tumor). Indien de tumor kleiner is dan 5 cm, of als er meerdere adenomen in de lever gevonden worden zullen deze door een specialist vervolgd en gecontroleerd moeten worden. Mensen met een adenoom worden onder controle gehouden door een specialist. Verder is er een duidelijke relatie tussen het gebruik van anti-conceptiva (‘de pil’) en de groei en complicaties van de tumor. Daarom wordt geadviseerd om het gebruik van ‘de pil’ te staken. Een andere mogelijkheid van anti-conceptie is bijvoorbeeld het Mirena® spiraaltje. Weliswaar zit hier ook een hormoon in, maar dit wordt lokaal afgegeven waardoor het geen of minimale effecten heeft op de lever en dus veilig gebruikt kan worden bij een leveradenoom. Uw huisarts of gynaecoloog kan u verder adviseren. Een zwangerschap brengt door de sterke hormonale veranderingen ook een verhoogd risico met zich mee op bloedingen en het leveradenoom moet tijdens de zwangerschap regelmatig gecontroleerd worden. Mocht er een kinderwens zijn, dan is vooraf overleg met uw behandelend arts noodzakelijk.
Levercysten Een eenvoudige levercyste wordt jaarlijks bij 2-5% van de bevolking vaak bij toeval vastgesteld. Een cyste ontstaat waarschijnlijk doordat een galweg geen aansluiting maakt met de rest van het systeem, waardoor vocht zich op kan hopen. Wanneer er geen klachten zijn, is geen verdere behandeling nodig. Indien dit wel het geval is, kan echogeleid aanprikken, leegzuigen en sclerosering (met alcohol en een antibioticum) overwogen worden. Bij onvoldoende resultaat of bij grote cysten, kan chirurgisch ingrijpen door middel van een gewone operatie of kijkoperatie overwogen worden. Hierbij wordt het ‘dak’ van de cyste verwijderd, waardoor de holte zich niet meer kan vullen met vocht.
Een echinococcuscyste of hydatide cyste wordt veroorzaakt door een parasiet. De larven van deze parasiet bevinden zich binnen een met vocht gevulde holte in de lever. De parasiet kan worden overgedragen door contact met dieren of het eten van onvoldoende verhit vlees of ander eten waarop de parasiet aanwezig is. In Nederland zien we deze cysten meestal bij patiënten van Turkse of Marokkaanse afkomst, die in hun vaderland zijn opgegroeid en daar een infectie hebben opgelopen. Door middel van laboratoriumonderzoek kan de infectie worden aangetoond. Bij ongeveer 10% van de patiënten is de infectie niet in het bloed aantoonbaar, terwijl deze zich wel in de lever bevindt. Klachten die kunnen optreden zijn massa gevoel in de bovenbuik, moeilijk zakken van het eten. Het komt zelden voor dat de cyste open knapt. Wanneer dit gebeurt, kan de infectie zich verspreiden, wat ernstige gevolgen kan hebben als shock, koorts, pijn in de buik en (tijdelijk) verminderde leverfunctie. De behandeling bestaat dan uit langdurig gebruik van bijvoorbeeld Albendazol. Indien onvoldoende resultaat (in 25% van de gevallen), het terugkeren van de cyste (in 15% van de gevallen), of het optreden van een complicatie, kan opzuigen met sclerosering (alcohol en hypertoon zout), of een operatie overwogen worden.
Amoebe abces en andere abcessen Een amoebe abces wordt veroorzaakt door parasieten. De infectie wordt opgelopen in de (sub) tropen. Meestal wordt het abces ontdekt in een chronische fase. De diagnose kan vaak met bloedonderzoek worden vastgesteld. Verder kennen we abcessen veroorzaakt door bacterieën. Meestal is er in dat geval sprake van b.v. wat koorts en andere verschijnselen van een infectie. De behandeling van het amoebe abces en de andere abcessen is medicamenteus, in een aantal gevallen is ook drainage nodig.
Erfelijk belaste lever- en niercysten Bij patiënten met een polycysteuze leverziekte (PCLD) is de lever ernstig vergroot door meer dan 20 cysten. Wanneer er alleen sprake is van levercysten is er sprake van Polycystic liver disease (PCLD). Wanneer er sprake is van lever- en niercysten noemen we dit Autosomal dominant polycystic kidney disease (ADPKD). De aandoening is erfelijk, er is 50% kans op het doorgeven van de aandoening. Meestal manifesteert de ziekte zich tussen het 40e en 60e levensjaar. De klachten ontstaan door een toename van het levervolume. Dit kan leiden tot een toegenomen buikomvang, snel een vol gevoel na de maaltijd, tot het eten van slechts kleine porties en buikpijn. Vrouwen hebben een groter aantal levercysten en het aantal en de omvang van de cyste nemen toe met de leeftijd. De erfelijke aandoening wordt veroorzaakt door fouten in het PRKCSH- of SEC63-gen. Deze genen coderen voor de eiwitten hepatocystine en Sec63p.
Behandeling van deze cysten Er wordt overgegaan tot behandeling, wanneer er sprake is van klachten bij de patiënt. Er zal worden geprobeerd om de omvang van de lever te verminderen, waardoor de ernst van de klachten afneemt of verdwijnt. Hiervoor zijn er verschillende behandelmogelijkheden. Na onderzoek kan een dominant aanwezige cyste door de huid heen worden aangeprikt en leeggezogen. Vervolgens wordt voor de duur van 10 – 20 minuten alcohol in de cyste achtergelaten en daarna weer weggezogen. De alcohol zorgt voor aantasting van het cyste-epitheel, waardoor fibrose optreedt en de cystevochtproductie vermindert. Evaluatie van deze behandeling bij onderzoek in het St.Radboud Nijmegen liet zien dat het levervolume met bijna 20% wordt verkleind. Voor dit onderzoek zijn patiënten geselecteerd met grote cysten (diameter > 8 cm). Verder bleek uit het onderzoek dat voor een goed eindresultaat vaak twee tot drie behandelingen nodig zijn. Een andere behandelmogelijkheid is zogenaamde fenestratie van de cysten. Deze behandeling wordt via een kijkoperatie uitgevoerd. Cysten worden hierbij aangeprikt en leeggezogen. Vervolgens wordt het dak van de cysten losgesneden. De beste resultaten van deze behandeling zijn te behalen bij patiënten die met name grotere cysten aan de onderzijde van de lever hebben. Deze behandeling resulteerde in afname van de levergrootte met 12,5%. De kans op complicaties was echter 25%. Dit komt overeen met andere vergelijkbare onderzoeken. De klachtenverlichting lijkt vooral van tijdelijke aard. Recent lijkt er ook een doorbraak bereikt in een behandeling met medicijnen, nl. het lanreotide. Nader onderzoek wordt nog gedaan naar de juiste dosering en duur van de behandeling.
Transplantatie voor de polycysteuze lever Levertransplantatie is een laatste optie en wordt vooral uitgevoerd bij patiënten die complicaties ondervinden van de polycysteuze lever of die zeer beperkt zijn in hun dagelijks functioneren. Getracht wordt duidelijker in kaart te brengen welke patiënten in aanmerking komen voor levertransplantatie. Het aantal patiënten dat in Nederland een transplantatie onderging is tot nu toe beperkt.
Naast de genoemde goedaardige levertumoren zijn er nog andere meer zeldzame goedaardige levertumoren, b.v. - Biliaire cystadenomen - Biliaire hamartomen - Angiomyolipomen
Voor nadere informatie over deze tumoren kan altijd contact met de vereniging worden opgenomen.
Meer lezen over goedaardige levertumoren? Word dan lid van de NLV en krijg zo toegang tot het extra ledenmenu (naast vele andere voordelen, zoals gratis brochures en gratis toegang tot alle bijeenkomsten).
Hieronder vindt u voorbeelden van artikelen in het afgeschermde ledenmenu.
Gerelateerde artikelen Ledenmenu:
- Opsporing en diagnostiek goedaardige levertumoren
In het AMC Amsterdam wordt een wetenschappelijk onderzoek (DiFa-trial) uitgevoerd ten behoeve van de opsporing en diagnostiek van goedaardige levertumoren. Mirjam Molenkamp, lid werkgroep Levertumoren, ging op bezoek bij het AMC om meer te weten te komen over dit interessante onderzoek. Ze hield een interview met Matthanja Bieze, arts-onderzoeker...
- Ervaringsverhaal Adenomen
Ik ben het aanspreekpunt voor de werkgroep levertumoren binnen de NLV. Mijn ervaringen delen zodat lotgenoten er hun voordeel mee kunnen doen, is de reden waarom ik dit werk graag doe. Ik kan me goed inleven in de situatie van lotgenoten omdat ik uit eigen ervaring spreek. Door mijn werk binnen de NLV kom ik ook in gesprek met deskundigen op het gebied van levertumoren. Door die kennis te combineren met eigen ervaringen probeer ik mensen die mij bellen of mailen te helpen bij de vragen die ze hebben. Mijn eigen ervaring wil ik met u delen in onderstaand verhaal...
|