|
Benigne Recidiverende Intrahepatische Cholestase Beschrijving R.H.J. Houwen en J.M. Stapelbroek Benigne Recidiverende Intrahepatische Cholestase (BRIC) is een erfelijke ziekte die gekenmerkt wordt door aanvallen van cholestase. Tijdens aanvallen, die maanden tot soms zelfs een jaar kunnen duren, loopt de serum galzoutspiegel op tot waarden van 250-450 µmol/l (normaal minder dan 10 µmol/l). Ten gevolge hiervan hebben de patienten ernstige jeuk, waardoor normaal functioneren tijdens de aanvallen niet meer goed mogelijk is. Tijdens een aanval loopt soms ook de spiegel van het bilirubine op, waardoor er geelzucht ontstaat. Het is onduidelijk wat aanvallen luxeert, maar ook waardoor ze weer ophouden. Verder zijn patienten tussen de aanvallen door geheel klachtenvrij en kunnen er ook biochemisch geen afwijkingen worden gevonden. BRIC en PFIC De meest voorkomende vorm van BRIC wordt veroorzaakt door mutaties in het ATP8B1 gen dat codeert voor het eiwit FIC1 (voor Familiaire Intrahepatische Cholestase I). Dit eiwit komt op een groot aantal plaatsen in het lichaam tot expressie, met name in de darm, de pancreas en de lever. Ook bij een soortgelijke ziekte, Progressieve Familiaire Intrahepatische Cholestase (PFIC) type I, is er sprake van mutaties in het ATP8B1 gen. In tegenstelling tot BRIC is er bij PFIC type I sprake van een permanente cholestase, die uiteindelijk leidt tot leverinsufficientie. Het verschil tussen beide aandoeningen wordt ook teruggevonden in het type mutatie: bij BRIC worden er relatief milde mutaties gevonden, en bij PFIC relatief ernstige. Inmiddels is duidelijk dat BRIC (en PFIC) ook veroorzaakt kunnen worden door mutaties in het ABCB11 gen, dat codeert voor de galzoutpomp BSEP. Daarom wordt het ziektebeeld met mutaties in FIC1 nu BRIC (of PFIC) type 1 genoemd, terwijl het ziektebeeld met mutaties in BSEP aangeduid wordt met BRIC type 2 respectievelijk PFIC type 2. Voor de praktijk zijn er ten aanzien van de aanvallen geen verschillen tussen beiden types. Behandeling Op basis van celbiologisch onderzoek en analyse van een muis met mutaties in het equivalent van het ATP8B1 gen lijkt er bij BRIC type 1 en PFIC type 1 niet zozeer sprake te zijn van een onvoldoende uitscheiding van galzouten door de lever, als wel van een sterk verhoogde terugresorptie van galzouten in de darm. Bij PFIC wordt daarom als behandeling vaak gebruik gemaakt van een operatie waarbij een -groot- deel van de geproduceerde gal direct via een stoma naar buiten toe wordt geleid. Bij een deel van de patienten wordt hiermee de progressie van de leverziekte gestopt, zodat er geen levertransplantatie nodig is. Deze permanente oplossing lijkt voor BRIC patienten, die vaak jarenlange intervallen zonder cholestase kennen, minder geschikt. Door ons is daarom geprobeerd door tijdelijk een slangetje in de galwegen te leggen, en hiermee de gal af te voeren, een cholestatische aanval bij BRIC type 1 te stoppen. Bij zeven van de negen patienten die hiermee behandeld zijn was er binnen 24 uur sprake van een volledige klinische en biochemische remissie: ze hadden dus in het geheel geen klachten meer en de serum galzoutspiegel was normaal (stand van zaken per 15-11-2005). Bij deze negen patienten zijn er geen bijwerkingen geweest. Deze procedure lijkt daarom een uitkomst voor patienten met een ernstige cholestase aanval en hevige jeuk, zeker omdat er geen andere behandeling beschikbaar is. De komende jaren zal verder uitgezocht worden of deze ingreep, nasobiliare drainage of NBD genaamd, ook een aanval kan stoppen bij patienten met BRIC type 2.
|