Zo kan het ook gaan

Afdrukken

Door Henk Benjamins
Juni 2011

Mijn naam is Henk Benjamins, geboren in 1962, vrijgezel en zonder kinderen. Regelmatig lees ik verhalen van leverpatiënten in NLVisie en die zijn indrukwekkend, zeker omdat de situatie soms uitzichtloos lijkt. Graag wil ik vertellen over mijn ervaringen, ook omdat dit een positief verhaal is. Zo kan het dus ook gaan.

In mei 2003 werd tijdens een bloedonderzoek vast gesteld dat mijn Gamma GT de 300 punten grens dreigde te overschrijden terwijl de waarde ergens tussen de 40 en 50 hoort te liggen. De internist van het ziekenhuis Bethesda in Hoogeveen trok alle registers open met foto’s, gastroscopie echo’s en wat al niet meer. Zijn conclusie was tenslotte: levercirrose als gevolg van drankzucht.
Nu zou ik nooit in een biertje spugen en ben echt wel eens dronken van mijn fiets gevallen maar hier herkende ik mij echt niet in. Ik heb echter niet geprobeerd mijn internist van het tegendeel te overtuigen, medici kunnen het zich niet veroorloven iemand op de kleur van zijn ogen te kunnen geloven. Mensen hebben tenslotte de neiging zich zelf schoon te praten, ik ben daarop geen uitzondering maar mijn lever liegt niet dus… ja.

Mijn situatie bleef stabiel tot eind 2007 en ondanks een onhebbelijk gevoel dat ik toch iets mankeerde, kabbelde mijn leventje gewoon door. Elke zes maanden op controle en dat was het dan.

In oktober 2007 verslechterde mijn lever conditie in een wel heel rap tempo en kreeg ik begin 2008 de mededeling dat mijn internist mijn “casus” had door gezet naar het UMCG. Met de mededeling dat er een levertransplantatie in het verschiet zou kunnen liggen. Ik voelde mij op dat moment eigenlijk niet anders dan anders. Ik was al jaren chronisch vermoeid, altijd wat gelig en mijn humeur liet zich nog het best omschrijven als “gelijkmatig chagrijnig”. Ik had deze symptomen nooit gelinkt aan een leverprobleem, nu weet ik beter.

2008 zal ik nooit vergeten omdat alles waar een mens om geeft onder mij vandaag geslagen werd. Half april kwam ik definitief ziek thuis te zitten omdat ik een bacteriële infectie aan mijn urinewegen had opgelopen. Mijn lichaamsafweer liet het langzaam maar zeker afweten.
Eind juni werd ik hals over kop, meer dood dan levend, opgenomen in het Bethesda ziekhuis door een ammoniak vergiftiging; ammoniak is een afval product van eiwit voor zover ik weet. Ik ben daarna naar Groningen getransporteerd waar men mij weer op de been hielp en tevens de scan die vooraf gaat aan een eventuele transplantatie over mij uitstortte.
Eind juli was ik weer thuis.

Werken kon ik eigenlijk niet meer, ik woon in Hoogeveen maar werk in Amersfoort, de reis erheen was al eigenlijk niet meer te doen. laat staan dat ik ook nog iets moest doen en dan weer terug. Ik ben wel blijven zwemmen en sporten in de sportschool, ook heb ik een lichte LOI studie in huis gehaald om geestelijk ook in beweging te blijven.
De eerste keer bloedprikken om mijn positie op de transplantatie lijst te bepalen was in oktober en joeg mij de stuipen op het lijf, ik kwam binnen op nummer 8 terwijl de lijst, ik meen, 176 of 167 namen bevatte.
In de tussentijd sliep ik steeds minder en minder, kreeg ontzettende jeuk en werd ook steeds kouwelijker. Mijn interne kachel hield er ook al mee op.

In de eerste week van november ging ’s avonds om 23.10 uur telefoon, het UMCG, men had een lever voor mij of  ik maar even met een uur in Groningen wilde verschijnen. Ondanks de spanning moet ik bekennen dat ik genoten heb van de ambulance rit die mij met veel lawaai en een snelheid die eerder de 200 dan de 180 benaderde naar Groningen bracht.

De volgende dag heb mijn levertransplantatie gehad. De operatie duurde 13 uur en een beetje. Vier dagen later werd ik uit mijn kunstmatige slaap gehaald. Eind november, na drie weken dus, was ik weer thuis.

Eigenlijk, beste lezer, is dat alles. Het eerste jaar na de transplantatie is het spannendste was mij verteld.
Ik heb tot op heden geen enkel probleem gehad met mijn gezondheid of wat dan ook. Ik ben in juni 2009 weer begonnen met werken en werk sinds oktober van dat jaar weer gewoon veertig uur. Ik sport volop, sportduiken, fietsen en sportschool. Ik studeer psychologie aan de Open Universiteit.
Ik zal altijd mijn afstotingsmedicijnen moeten blijven slikken en een bloeddruk verlager slik ik ook maar dat is dan ook echt alles.

Van verdere overwinningen die ik geboekt heb, sinds mijn transplantatie, is wel dat mijn internist er nu wel van overtuigd is dat alcohol niet de boosdoener is geweest. Op mijn vraag wat dan wel de oorzaak is geweest moet hij tot op heden het antwoord schuldig blijven, DNA defect of ijzerstapeling zijn als daders ook afgevallen. Dat vind ik op mijn beurt dan weer vervelend maar ja, het is niet anders.

Ik ben in zijn totaliteit ook toch wel veranderd, ben nooit meer moe als ik op sta, stukken vrolijker. Ik herken mij zelf soms gewoon niet.

Tot slot mijn laatste overwinning: De conditietest in de sportschool wees uit dat mijn conditie voor iemand van mijn lengte, leeftijd en gewicht als zeer goed werd bestempeld. Toch niet slecht voor iemand met een tweedehands lever.

Wat de toekomst brengt weet niemand maar ik ben er, niet meer, bang voor.